ging het expansietempo een vertraging ten opzichte van 1964. Deze buiten verwachting gunstige gang van zaken was vooral te danken aan het verloop van de conjunctuur in de omringende landen speciaal in West-Duitsland, waar door de goederenuitvoer een verdere snelle groei te zien kon geven; de export naar de Bondsrepubliek nam naar waarde gerekend met ca. 20% toe. Daarnevens heeft ook de over het algemeen goede oogst in het seizoen 1964/1965 de uitvoeropbrengsten van landbouwproducten gunstig beïnvloed. Behalve de krachtige stijging van de buitenlandse afzet, vormde de voortdurend toenemende binnenlandse vraag een niet onbelangrijke stimulans voor de productie. Een en ander heeft echter de spanning op de arbeidsmarkt in stand gehouden en er aldus ook toe bijgedragen dat het binnen landse loon- en prijspeil voorshands aan een opwaartse druk onderhevig blijft. Tegen deze achtergrond dient de door voering van het systeem van vrijere loonvorming door alle betrokken partijen met veel omzichtigheid te worden ge hanteerd, omdat inflatoire krachten kunnen worden aange wakkerd als gevolg van het feit dat ondernemers, gezien de huidige arbeidsmarktconstellatie, veelal in een dwangpositie verkeren, hetgeen licht tot resultaten leidt, die het econo mische weerstandsvermogen van ons land zouden kunnen aantasten. Daarbij komt dat de belangrijke verhoging van de staatsuitgaven voor 1966 de bestaande spanningen onge twijfeld nog zal vergroten. Het is dan ook een open vraag, of met name in overheidskringen de economische realiteit steeds voldoende wordt onderkend. Door te ambitieuze programma's voor overheidsbestedingen worden in niet ongevaarlijke mate wissels op de toekomst getrokken. De kans is weliswaar geenszins denkbeeldig dat bij de toe komstige exploitatie van nieuwe rijkdommen ons land ge leidelijk in de voorshands te ruime financiële jas zal groeien, maar voldoende zekerheid bestaat ten deze vooralsnog niet. Een meer effectieve bestrijding van de sluipende inflatie zal dan ook nodig zijn, wil Nederland zijn positie op de buiten landse afzetmarkten niet in de waagschaal stellen. Het in middels in het afgelopen jaar bereikte evenwicht op de betalingsbalans zou alsdan uiteraard weer worden ver broken, wat in bepaalde vormen van bestedingsbeperking zou moeten uitmonden. In dit verband dient tevens rekening te worden gehouden met het steeds meer achterblijven van het groeitempo van het nationaal product in ons land en van de productiviteit per arbeidskracht vergeleken met de andere E.E.G.-landen. Een van de belangrijkste factoren voor de verhoging van de productiviteit blijven de investeringen van het bedrijfs leven vormen. Juist in dit opzicht echter liggen de kaarten voor Nederland niet bijzonder gunstig. In de achterliggende jaren is nl. gebleken, dat alhoewel het aandeel van de bedrijfsinvesteringen in het nationaal product hier te lande iets hoger lag dan in de E.E.G. als geheel, de productiviteits- stijging geringer was, hetgeen indiceert dat het productieve effect van de investeringen in Nederland relatief aan de lage kant is gebleven. Een verklaring hiervoor is o.m. de struc tuur van de Nederlandse industrie die nog steeds in over wegende mate wordt gekenmerkt door de kleine en middel grote onderneming, ook al is de ondernemingsgrootte vooral de laatste jaren voortdurend gegroeid, onder invloed van de toenemende kapitaalintensiteit van de productie en de noodzaak tot samenwerking van bedrijven in verband met de scherpere concurrentie op de gemeenschappelijke markt in West-Europa. Voorts speelt ten deze ook het investeringspatroon een rol. Met name is een vrij belangrijk deel van de investeringen hier te lande gericht op sectoren, waarin het directe productieve effect van de investeringen minder hoog is dan in de industrie. Ten aanzien van de binnenlandse monetaire ontwikke lingen in het afgelopen jaar zij nog nader vermeld dat onder invloed van de zich voortdurend uitbreidende vraag, de inflatoire tendenties een nieuwe impuls hebben gekregen. Een en ander werd nog in de hand gewerkt doordat een krachtiger stijging van de overheidsuitgaven plaats vond dan aanvankelijk was voorzien. Aangezien het niet mogelijk bleek voldoende tegenwicht te scheppen door fiscale en/of budgetaire maatregelen, moest het accent wel komen te liggen op de monetaire instrumenten, i.e. de credietrestrictie- regeling, welke regeling overigens gedurende de loop van het jaar 1965 enigermate werd verruimd. Het geheel overziend noopt de economische ontwikke ling hier te lande, ondanks de nog altijd vrij gunstige industriële productie en bevredigende afzetmogelijkheden van Nederlandse producten in het buitenland, tot voor zichtigheid, vooral ten aanzien van bestedingen welke niet of niet in voldoende mate de productieve kracht van ons land ten goede komen. Immers, vergroting van de in vele sectoren reeds bestaande spanningen kan licht tot her nieuwde verstoringen leiden en alsdan een min of meer ingrijpend en pijnlijk aanpassingsproces noodzakelijk maken met alle gevolgen van dien. Dergelijke verstoringen kunnen uiteraard worden vermeden, wanneer zowel overheid als bedrijfsleven zich voldoende bewust blijven van de realiteit der grenzen van onze economische mogelijkheden. 12

Jaarverslagen ABN-AMRO Art & Heritage

Nederlandse Overzee Bank | 1964 | | pagina 14