Toelichting op de Balans en de Winst- en
verliesrekening
Jaarverslag 1982
Grondslagen van waardering en resultaatbepaling
Algemeen
Ten gevolge van de voorschriften van De Nederlandsche Bank met betrekking tot de
jaarrekening heeft, naast een gewijzigde presentatie van de balans en de winst- en
verliesrekening, een wijziging in de waarderingsgrondslag van het effectenbezit
plaatsgevonden.
In 1982 zijn de Spaarbank Goeree-Overflakkee te Middelharnis, de Zeeuwse
Bondsspaarbank te Middelburg en de Coöperatieve Spaarbank BOAZ te Vianen tot
onze instelling toegetreden.
De vergelijkende cijfers zijn, naar aanleiding van het bovenstaande, aangepast.
Voor zover niet anders vermeld heeft de waardering, onder aftrek van de nodig
geachte voorzieningen wegens vermoedelijke oninbaarheid, tegen nominale waarde
plaatsgevonden.
De waarden in vreemde valuta zijn berekend tegen de per balansdatum geldende
middenkoersen.
Effecten
Obligaties worden gewaardeerd tegen de nominale waarde minus afwaardering
wegens eventuele verminderde volwaardigheid.
Het verschil tussen de nominale waarde en de historische kostprijs, voor zover liggend
onder pari, is gepassiveerd onder crediteuren en zal, bij uitloting, aan het resultaat
worden toegevoegd.
Betaald agio bij aankoop boven pari is ten laste van het resultaat gebracht
Voorheen werden obligaties gewaardeerd tegen historische kostprijs, maximaal pari.
De gewijzigde waardering heeft geen invloed op resultaat en vermogen
De aandelen zijn gewaardeerd tegen de beurskoers per balansdatum
Deelnemingen
Deelnemingen worden gewaardeerd tegen de intrinsieke waarde
Onroerende goederen
De onroerende goederen worden door middel van roulerende taxatie als volgt
gewaardeerd:
- Onroerende goederen in eigen gebruik, tegen de onderhandse verkoopwaarde in
ontruimde staat;
- Onroerende goederen als belegging, tegen de onderhandse verkoopwaarde in
verhuurde staat;
- Onroerende goederen in aanbouw, tegen de betaalde voortbrengingskosten.
Ten laste van de resultatenrekening wordt jaarlijks 21/2% afgeschreven.
Voor wat betreft de onroerende goederen in eigen gebruik wordt deze afschrijving
berekend op basis van de herbouwwaarde en voor wat betreft de onroerende
goederen, welke in bezit zijn als belegging op basis van de actuele verkoopwaarde.
Bedoelde afschrijving komt, na aftrek van de daarop betrekking hebbende latente
belastingverplichting, geheel ten goede aan de Reserve Herwaardering.
32