Algemeen
Jaarverslag 1982
Nederland in depressie
De economische situatie van ons land verslechterde in het afgelopen jaar aanzienlijk.
Het nog steeds toenemende financieringstekort van de centrale overheid noopte het
nieuwe kabinet tot drastische bezuinigingen waarbij de overdrachtsuitgaven en met
name het stelsel van de sociale voorzieningen niet buiten schot konden blijven.
Daarnaast en mede daardoor nam het aantal bedrijfssluitingen en faillissementen
sterk toe, met als gevolg een ongekende stijging van de werkloosheid, tot een niveau
dat doet denken aan de depressie van de jaren dertig. Het grote tekort aan
arbeidsplaatsen en de daling van de reële inkomens brengen het gevaar van
onderbesteding dichterbij. Het zal daarom van de regering grote stuurmanskunst
vragen om tussen de Scylla van het begrotingstekort en de Charybdis van de
teruglopende bestedingen een goede koers te varen.
Als lichtpuntjes in de malaise mogen gelden de sterke positie van de gulden, het grote
betalingsbalansoverschot (echter grotendeels dankzij de eindige export van
aardgps), de afnemende inflatie en de vooral later in het jaar opgetreden
spectaculair^ rentedaling, waarbij toch moet worden bedacht dat de laatste twee
verschijnselen in feite het beeld van een depressie completeren.
Banken en Spaarbanken
Min of meer als laatste bedrijfstak hebben de banken de weerslag van de
economische neergang ondervonden. Weliswaar vertonen de brutowinsten in het
algemeen nog enige stijging, maar de toevoegingen aan de VAR moeten tot zodanige
hoogten worden opgevoerd dat het nettoresultaat van de meeste banken sterk daalt.
Bestendiging van deze situatie gedurende een aantal jaren kan niet zonder gevolgen
blijven voor de solvabiliteitspositie van het bankwezen. Het is daarom duidelijk dat
thans ook bij de banken eerder sprake is van personeelsinkrimping dan van
-uitbreiding en dat veel aandacht wordt besteed aan maatregelen tot relatieve
verlaging van het kostenpeil.
De resultaten der spaarbanken bewegen zich in die zin anticyclisch dat de
winstontwikkeling tegengesteld aan de renteontwikkeling verloopt. Stijgende winsten
bij dalende rente en omgekeerd wijzen op de aanwezigheid van een time-lag tussen
de aanpassing van de rentebaten en rentelasten aan veranderingen in de rentevoet.
De te geringe renteflexibiliteit van de activa, die een gevolg is van het klassieke
beleggingspatroon der spaarbanken, is de laatste jaren aanzienlijk verbeterd, maar
speelt nog steeds een rol.
Wanneer bovendien in aanmerking wordt genomen dat de spaarbanken niet het
nadeel hebben van de aanzienlijke verliezen die banken met een whole-salebedrijf
thans moeten incasseren op hun bedrijfskredieten, omdat zij zich tot dusver beperkt
hebben tot het retailbedrijf, dan is daarmee verklaard dat de winstcijfers der
spaarbanken in 1982 in tegenstelling tot die van de banken in het algemeen beter
waren dan in 1981terwijl mag worden verwacht dat de resultaten in 1983
ceteris paribus die over 1982 nog zullen overtreffen.
11